Medische encyclopedie

 

Introductie

Buprenorfine is sinds 1978 internationaal op de markt. Het is op recept verkrijgbaar onder de merknamen BuTrans, Temgesic en Transtec en als het merkloze Buprenorfine. Het is te verkrijgen in tabletten, pleisters en injecties.

Werking

Buprenorfine behoort tot de groep geneesmiddelen die morfineachtige pijnstillers of opiaten worden genoemd. Het heeft een sterke pijnstillende werking.

Artsen schrijven het voor bij pijn en jeuk.

Bijwerkingen

Behalve het gewenste effect kan dit middel bijwerkingen geven.

De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende.

Regelmatig

  • Sufheid, slaperigheid en een verminderd reactievermogen. Dit is vooral lastig bij activiteiten waarbij uw oplettendheid nodig is, zoals autorijden, het beklimmen van een ladder of het bewaken van een proces op het werk. Onderneem daarom geen risicovolle activiteiten. De rust die optreedt als u geen last meer heeft van pijn, wordt soms verward met sufheid en slaperigheid.
  • Misselijkheid en braken. Meestal gaat deze bijwerking over als u na enkele dagen aan dit middel gewend bent geraakt. Meestal helpt het om even te gaan liggen als u zich misselijk voelt.
  • Duizeligheid, vooral bij opstaan uit bed of uit een stoel. Dit gaat in het algemeen over als u na een paar dagen gewend bent geraakt aan dit middel. Als u zich duizelig voelt, sta dan niet te snel op uit bed of van een stoel. U kunt het beste even gaan liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen.
  • Verstopping (obstipatie). Gebruik, als dat mogelijk is, vezelrijke voeding en drink veel. Meestal schrijven artsen bij dit middel een laxerend middel voor. Raadpleeg uw arts als u door buprenorfine last heeft van verstopping.
  • Zweten. Meestal gaat deze bijwerking over als u na enkele dagen aan dit middel gewend bent geraakt.

Soms

  • Droge mond. Hierdoor kunnen zich eerder gaatjes in uw gebit ontwikkelen. Poets en flos daarom extra goed als u merkt dat u last heeft van een droge mond. Laat eventueel de tandarts vaker uw gebit controleren als u dit middel gedurende verschillende weken gebruikt.
  • Moeilijk kunnen plassen. Dit is vooral van belang als u al moeite met plassen heeft door een vergrote prostaat. Neem contact op met uw arts zodra u plasproblemen bemerkt.
  • Jeuk en galbulten. Dit kan wijzen op overgevoeligheid. Neem contact op met uw arts, zodat deze kan bepalen of u overgevoelig voor dit middel bent.
  • Psychische bijwerkingen, zoals neerslachtigheid, hallucinaties en nachtmerries.
  • Maskering van andere pijnen. Omdat buprenorfine pijnstillend werkt, zult u verwondingen minder snel opmerken. Let daarom extra op verwondingen van met name uw voeten, omdat hierbij vaak problemen ontstaan.

Zelden

  • Bemoeilijkte ademhaling. Ademhalingsmoeilijkheden komen alleen voor bij zeer hoge doseringen. Als u lijdt aan een luchtwegaandoening, zoals astma of longemfyseem, kunt u hier eerder last van krijgen. Vraag uw arts om advies.
  • Na langdurig gebruik kan lichamelijke verslaving optreden. Dit komt omdat het lichaam na verloop van tijd went aan buprenorfine. Dit kan geen kwaad. Alleen als met het gebruik van buprenorfine plotseling wordt gestopt, kunt u last krijgen van ontwenningsverschijnselen. Dit kan worden voorkomen door het gebruik langzaam af te bouwen. Geestelijke verslaving komt bij gebruik als pijnstiller bijna nooit voor.

Zeer zelden

  • Slaapapneu, een kortdurende periode van ademstilstand tijdens de slaap. Dit middel kan slaapapneu veroorzaken. Als u al eerder last van slaapapneu heeft gehad, kunt u hier meer last van krijgen. Neem contact op met uw arts als u merkt dat u nachtelijke aanvallen van stokkende ademhaling heeft of wanneer deze verergeren.
  • Wanneer u lijdt aan de chronische darmontstekingen colitis ulcerosa of de ziekte van Crohn, dan kunt u in sommige gevallen dit medicijn beter niet gebruiken. Namelijk bij een ernstige verergering van colitis ulcerosa of bij een vernauwing in de darm bij de ziekte van Crohn. Dan kan dit medicijn ernstige bijwerkingen geven op de darm. Overleg met uw arts of u dit medicijn kunt gebruiken. Als u dit medicijn wel mag gebruiken, let er dan op of u geen last krijgt van klachten zoals opgezette buik, toenemende buikpijn en koorts. Als u hier last van krijgt, neemt u dan contact op met uw arts.

Raadpleeg uw arts als u te veel last heeft van één van de bovengenoemde bijwerkingen, of als u andere bijwerkingen ervaart waar u zich zorgen over maakt.

Wisselwerking

Dit middel heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in de bijsluiter onder het kopje 'samenstelling'.

De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

  • Andere middelen die het reactievermogen verminderen. Bij deze middelen is vaak op de verpakking een gele waarschuwingssticker geplakt. De effecten op bijvoorbeeld de rijvaardigheid versterken elkaar. Rijd geen auto als u twee of meer van dergelijke middelen gebruikt.
  • Naltrexon. Dit is een middel dat de werking van buprenorfine en andere opiaten tegengaat. Het kan juist om deze reden worden gebruikt. Mensen die verslaafd zijn aan alcohol en om die reden naltrexon gebruiken, moeten er rekening mee houden dat morfineachtige pijnstillers bij hen minder werkzaam zijn.
  • Efavirenz en nevirapine, middelen tegen hiv. Deze middelen kunnen de werking van buprenorfine verminderen. Overleg met uw apotheker of arts.
  • Atazanavir en ritonavir, andere middelen tegen hiv en aids. De hoeveelheid buprenorfine in het bloed kan door deze medicijnen stijgen. Hierdoor zijn de bijwerkingen sterker. Uw arts zal daarom de bijwerkingen van buprenorfine in de gaten houden.
  • Telaprevir en boceprevir, medicijnen tegen hepatitis C. De hoeveelheid buprenorfine in het bloed kan door deze medicijnen stijgen. Hierdoor zijn de bijwerkingen sterker. Raadpleeg uw arts als u deze combinatie voorgeschreven heeft gekregen.

Twijfelt u eraan of een van de bovenstaande wisselwerkingen voor u van belang is? Neem dan contact op met uw apotheker of arts.

Let Op!

autorijden?
Sommige medicijnen hebben invloed op het reactievermogen. Het is dan strafbaar om aan het verkeer deel te nemen. Als u bij een ongeval betrokken raakt terwijl uw rijvaardigheid is beïnvloed, bent u wettelijk aansprakelijk voor de gevolgen. Of dit medicijn de rijvaardigheid beïnvloedt, leest u hieronder.

Of u mag autorijden, is niet alleen afhankelijk van het medicijn maar ook van uw aandoening. Bij bepaalde aandoeningen mag u niet autorijden. Overleg met uw arts of u met uw medicijn en/of aandoening mag autorijden.

Dit medicijn kan bepaalde bijwerkingen veroorzaken en deze kunnen uw rijvaardigheid verminderen. Deze bijwerkingen zijn sufheid, verwardheid en duizeligheid. Door deze bijwerkingen is de invloed van dit medicijn op uw rijvaardigheid in de eerste twee weken van gebruik groter dan na het drinken van vier standaardglazen alcoholische drank. Het drinken van meer dan vier glazen alcoholische drank veroorzaakt een hoeveelheid alcohol in het bloed groter dan 0.8 promille (‰). Bij meer dan 0.5‰ mag u volgens de wet niet meer autorijden. Na gebruik gedurende twee weken, raken de meeste mensen gewend aan deze bijwerkingen en kunnen ze wel weer autorijden. Rijd daarom geen auto gedurende de eerste twee weken dat u dit medicijn gebruikt. Beoordeel na twee weken hoeveel last u van de bijwerkingen heeft. Rijd geen auto als u last van bijwerkingen heeft.

Tips voor als u wilt autorijden na twee weken gebruik

  • Meent u dat u kunt autorijden, vraag dan iemand om de eerste keren naast u te zitten en uw rijvaardigheid te beoordelen. Voor uzelf is het vaak moeilijk te zien of u minder goed rijdt. Deze persoon kan dan zien of u met wisselende snelheden rijdt, slingert en geïrriteerd reageert op normaal gedrag van medeweggebruikers.
  • Rijd niet als u onscherp ziet.
  • Rijd niet als u suf, verward of duizelig bent, moeite heeft u te concentreren of wakker te blijven of als u niet weet langs welke route u naar een bestemming bent gereden.
  • Rijd niet als u alcohol heeft gebruikt. Alcohol versterkt de versuffende bijwerking van dit medicijn in belangrijke mate.
  • Rijd niet langer dan één uur achter elkaar, ook al voelt u zich goed.
  • Rijd niet ’s nachts of bij slecht weer.

Rijd geen auto als u dit medicijn gebruikt in combinatie met andere medicijnen die uw rijvaardigheid kunnen beïnvloeden.

alcohol drinken?
Alcohol versterkt het versuffende effect van dit middel. Ook als u hier niets meer van merkt, omdat u gewend bent geraakt aan buprenorfine, kunt u door het gebruik van alcohol erg suf worden. Beperk daarom het gebruik van alcohol en drink het liever niet.

alles eten?
U mag alles eten.

Zwangerschap

Zwangerschap
In het algemeen zal kortdurend gebruik tijdens de eerste acht maanden van de zwangerschap geen schade toebrengen aan het ongeboren kind. Langdurig gebruik heeft het risico dat de baby verslaafd is en kort na de geboorte ontwenningsverschijnselen krijgt.

Gebruik dit middel in elk geval niet na de achtste maand. Het kan namelijk de ademhaling van de baby bemoeilijken na de geboorte. Bovendien kan het de bevalling vertragen.

Meld het in elk geval aan uw arts en apotheker zodra u zwanger bent, of binnenkort wilt worden. Zo mogelijk kunt u (tijdelijk) overstappen op een ander middel.

Borstvoeding
Gebruik dit middel NIET als u borstvoeding geeft of stop de borstvoeding. Het is niet bekend of buprenorfine in de moedermelk terechtkomt en of het schadelijk is voor de baby. Wilt u borstvoeding geven, overleg dan met uw arts of apotheker. Mogelijk kan uw arts een ander middel voorschrijven dat u wel veilig kunt gebruiken.

Gebruik

Kijk voor de juiste dosering altijd op het etiket van de apotheek of in de bijsluiter.

Wanneer?
Het maakt niet uit welke tijdstippen voor gebruik u voor dit middel kiest. Wel raadt de arts u meestal aan om dit middel altijd op dezelfde tijden te gebruiken en niet te wachten tot de pijn weer toeneemt.

Een pleister dient u na een aantal dagen te vernieuwen. De 4-daagse pleister verwisselt u na maximaal 4 dagen. Voor het gemak kunt u tweemaal per week wisselen op vaste tijdstippen, bijvoorbeeld maandagavond en vrijdagochtend.

De 7-daagse pleister dient u na maximaal 7 dagen te verwisselen. U kunt de pleister het beste verwisselen op een vaste dag en tijdstip in de week, bijvoorbeeld elke maandagavond.

Hoe lang?
Gebruik buprenorfine zo lang uw arts aangeeft dat dit nodig is. Buprenorfine kan jarenlang gebruikt worden bij pijn. Als u dit middel gedurende meerdere weken gebruikt, is er een kans dat uw lichaam er gewend aan raakt. U mag dan niet plotseling stoppen met buprenorfine. Om ontwenningsverschijnselen te voorkomen, kunt u beter geleidelijk met buprenorfine stoppen.

Vergeten

Als u de tabletten of injecties gebruikt (zo nodig tot maximaal vier keer per dag): gebruik de vergeten dosis alsnog. Houd daarna een interval van minstens zes uur aan voor u weer een volgende dosis gebruikt.

Als u de pleisters gebruikt:

  • komt u er binnen 24 uur achter? Plak de nieuwe pleister alsnog en houd uw normale schema aan;
  • komt u er na 24 uur achter? Plak de nieuwe pleister alsnog en verschuif uw schema (als u er na twee dagen achter komt, verschuif dan uw schema bijvoorbeeld van maandagavond-vrijdagochtend naar woensdagavond-zondagochtend).

Stoppen

Nee, het is meestal niet verstandig in één keer te stoppen. Stop daarom geleidelijk. Overleg hierover met uw arts.

Heeft u dit middel slechts kortdurend gebruikt, dan kunt u eventueel wel in één keer stoppen.

Neem contact op met uw arts als u last krijgt van een van de volgende ontwenningsverschijnselen: onrust, diarree, hartkloppingen, loopneus, niezen, kippenvel, koorts, zweten, rillen, gapen, verlies van eetlust, misselijkheid en maagkrampen.

Verkrijgbaarheid



Copyright: Medic Info. Bron: Medic Info. Disclaimer.

Opnieuw zoeken