Medisch onderwerp: Epilepsie
Inleiding
Epilepsie is één van de meest frequent voorkomende chronische neurologische aandoeningen. Men spreekt van epilepsie wanneer er minstens één aanval op is getreden bij een langer bestaande onderliggende hersenafwijking of twee aanvallen die niet zijn opgewekt (bijvoorbeeld voor een hersenfilmpje).
Oorzaken
Er is niet altijd een duidelijke oorzaak van epilepsie aan te geven. Mogelijke oorzaken zijn:- erfelijke aanleg;
- ontstekingen (bijvoorbeeld hersenvliesontsteking, hersenontsteking);
- hersenbeschadiging door een ongeluk;
- hersenbloeding of herseninfarct;
- hersentumor;
- medicijnvergiftiging.
Verschijnselen
Het verloop van een epileptische aanval kan uiteenlopen, afhankelijk van het type aanval. Er wordt onderscheid gemaakt tussen 'gegeneraliseerde' en 'partiële' epileptische aanvallen. Bij een gegeneraliseerde aanval vinden de abnormale elektrische ontladingen overal in de hersenen plaats. In dit geval treedt ook bewustzijnsverlies of bewustzijnsverandering op. Bij een partiële of focale aanval is slechts een bepaald gedeelte (focus) van de hersenen betrokken bij de abnormale elektrische ontladingen. Het bewustzijn blijft behouden.Gegeneraliseerde aanvallen kunnen de volgende vormen aannemen:
- Absence (afwezigheid) of petit mal (kleine aanval) : de patiënt is vijf tot vijftien seconden afwezig en staart voor zich uit; vervolgens gaat hij weer gewoon door met zijn bezigheden.
- Myoclone aanval, ook wel 'impulsief petit mal' : een zeldzame vorm van epileptische aanval waarbij het lichaam ritmisch begint te schokken als gevolg van elkaar opvolgende spiersamentrekkingen. Meestal gaat het daarbij om de bovenste ledematen. Er treedt geen bewustzijnsverlies op.
- Tonisch-clonische aanval of grand mal : het lichaam verstijft eerst, waarna er ritmische spiertrekkingen volgen, meestal in alle vier de ledematen.
- Tonische aanval : er is alleen sprake van spiercontractie, zonder ritmische spiertrekkingen.
- Atonische of akinetische aanval : een plotseling wegvallen van de spierspanning in het hele lichaam; dit kan leiden tot bewustzijnsverlies en neervallen van de patiënt.
- Eenvoudige partiële aanval: een deel van het lichaam begint te schokken waarna de spiertrekkingen zich ook naar andere delen van het lichaam uitbreiden. Welke verschijnselen optreden bij een partiële epileptische aanval hangt af van welk gebied van de hersenen erbij betrokken is. De verschijnselen kunnen variëren van spiertrekkingen, zweten, duizeligheid en misselijkheid tot veranderingen in het gehoor, de reuk en de smaak. Deze verschijnselen duren enkele seconden en kunnen daarna volledig overgaan. Er is geen bewustzijnsverlies.
- Complexe partiële aanval: hierbij komen dezelfde verschijnselen voor als bij de eenvoudige partiële aanval, maar deze vorm gaat gepaard met bewustzijnsverlies. Deze vorm van epilepsie gaat uit van de temporale hersenkwab, die onder het slaapbeen ligt, De patiënt herhaalt steeds bepaalde bewegingen, zogenaamde 'automatismen'. Voorbeelden hiervan zijn: smakken, aan de kleren plukken, rondlopen alsof hij dronken is. Andere verschijnselen zijn dat de patiënt de omgeving als een onwerkelijkheid ervaart (jamais vu, nooit gezien), of juist denkt wat er gebeurt al eerder te hebben meegemaakt (déjà vu,eerder gezien). De patiënt is zich tijdens de aanval niet bewust van zijn eigen handelen of van de omgeving.
Soms wordt een aanval voorafgegaan door een waarschuwingssignaal (een 'aura'). Een aura kan variëren van het gewaarworden van een vreemde smaak of geur tot het hebben van versterkte angst- of spanningsgevoelens. Wat voor aura iemand ervaart, verschilt van persoon tot persoon.
Diagnose
Een arts zal uitvoerig doorvragen over de medische voorgeschiedenis en vooral naar de details van een aanval. Naast bloedonderzoek en andere standaardonderzoeken zijn de belangrijkste onderzoeksmethoden voor de diagnose van epilepsie:- hersenfilmpje (EEG, elektro-encefalogram), waarbij elektroden op verschillende delen van het hoofd de elektrische activiteit van de hersenen registreren;
- CT-scan (computertomogram), waarbij een computer röntgenbeelden van de hersenen analyseert;
- MRI-scan (magnetisch beeldvormend onderzoek).
Behandeling
Epilepsie wordt vooral behandeld met speciale medicijnen, anti-epileptica genoemd. Er zijn veel verschillende soorten. Het komt voor dat een behandeling die goed werkt bij de ene patiënt, geen effect heeft bij een ander. Er is de mogelijkheid van monotherapie (het toepassen van één enkel medicijn) en van combinatietherapie (met meerdere typen anti-epileptica).De dosering wordt langzaam verhoogd totdat de aanvallen ophouden of totdat de patiënt teveel last krijgt van bijwerkingen. Arts en patiënt moeten nauw samenwerken om dat evenwicht en de juiste combinatie van medicijnen te vinden. Daarnaast wordt rekening gehouden met het gebruik van andere medicijnen. Vrouwen die de anticonceptiepil gebruiken, hebben daarvan een sterkere dosering nodig.
Wat kunt u zelf doen?
Er zijn verschillende dingen die een epilepsie-patiënt kan doen om het leven met deze beperking gemakkelijker te maken:- Leefregels zijn belangrijk: een regelmatig leven, weinig alcohol en goede voeding helpt bij het onder controle houden van de epilepsie.
- Geneesmiddelen tegen epilepsie kunnen verschillende bijwerkingen hebben. Als u denkt dat u bijwerkingen hebt, moet u dat altijd melden en bespreken, dan kan er met uw arts eventueel naar een oplossing worden gezocht.
- Het is belangrijk dat u de medicijnen inneemt volgens voorschrift, en er niet plotseling mee stopt. Juist het plotseling stoppen kan leiden tot epileptische aanvallen.
- Er wordt afgeraden om gevaarlijke sporten te beoefenen of om activiteiten/een beroep uit te oefenen waarbij u in de hoogte werkt of gevaarlijke apparaten bedient.
- U mag autorijden als u 12 maanden lang geen aanval hebt gehad, of alleen 's nachts aanvallen krijgt. Met epilepsie kunt u geen groot rijbewijs hebben. Als u slechts één aanval hebt gehad (en de diagnose epilepsie dus niet geldt), mag u na een halfjaar weer autorijden.
- Vrouwelijke epilepsiepatiënten die van plan zijn om zwanger te worden, moeten dit bespreken met hun arts. Het kan bijvoorbeeld zijn dat het beter is om andere medicijnen te gaan gebruiken in verband met het schadelijke effect op het ongeboren kind.
- Raak niet in paniek bij een aanval: de meeste aanvallen zijn vrij onschuldig.
- Zorg ervoor dat de patiënt zich niet kan bezeren aan harde voorwerpen om hem heen. Zet deze opzij, of leg iets zachts tussen de patiënt en het voorwerp. Probeer niet hem in bedwang te houden of iets in zijn mond te stoppen.
- Blijf bij hem totdat hij weer bij bewustzijn komt.
- Na zo'n grote aanval kan de patiënt langere tijd verward zijn. Dit gaat langzaam over, probeer hem gerust te stellen.
Meer informatie
www.epilepsie.nlInformatie over epilepsie van het Nationaal Epilepsie Fonds
www.epilepsy.org.uk
Clarke, C.R.A (1999) Neurological Disease, in: Kumar, P. and Clark, M.(eds) Clinical Medicine ,4th ed. , Harcourt Publishers, London
Copyright: Medic Info. Bron: Medic Info. Disclaimer.

